Klimbewegingen

Een klimhouding wordt bepaald door de belastingsrichting van de grepen en de plaatsing van de treedjes. Als je een pijltje zou tekenen dat de ideale belastingsrichting van een greep aangeeft, dan moet je onderarm op het pijltje liggen. Het pijltje begint dan bij je vingers en wijst naar je elleboog. Idealiter moet je onderarm gedurende de hele beweging op dezelfde positie blijven. Hierdoor verandert de belasting op de greep niet en komen er dus ook geen nieuwe / extra krachten op de vingers. Dit geeft de klimmer veel controle en voorkomt blessures. Om grepen goed te kunnen belasten is het ook nodig dat de treden op de juiste plaats zitten. Om het overzichtelijk te houden gaan we er vanuit dat de belastingsrichting van de greep bepalend is voor het type klimbeweging, en dus waar de treedjes moeten komen. We kunnen dan de volgende greeptypes onderscheiden.

  • Shoudergrepen
  • Zijgrepen
  • Ondergrepen
  • Platte grepen (horizontaal / bol)

Ieder type greep is gekoppeld aan een standaard klimhouding / beweging. Bij deze beweging/ houding gaan we er vanuit dat de ene hand de greep vast heeft terwijl de andere hand doorpakt naar de volgende greep. Tijdens het doorpakken beweegt het zwaartepunt van de klimmer niet.

Schoudergrepen
Bij schoudergrepen wijst je elleboog van de hand die de greep vast heeft van je af (naar buiten). Je duim wijst naar beneden. Als je rechter hand een schouder greep vast heeft, dan staat je linker voet hoog op een tree en probeer je zoveel mogelijk gewicht op die voet te plaatsen. Je andere been duwt mee tegen de wand. Je lichaam vormt een X. De beweging wordt ingezet door met je voet aan de tree te trekken en er zoveel mogelijk gewicht op te plaatsen. Daarna beweegt de linker schouder in de richting van de volgende greep tot de linker hand er bij kan. Meestal wordt de arm die de greep vast heeft bij dit soort grepen dan ook gebogen. Als het een overkruis beweging betreft, blijft het principe gehandhaafd, maar draait de X een beetje. De as tussen de hand die de greep vast heeft en de voet die op de tree staat wordt horizontaler. In zo’n overkruis beweging zal de klimmer de arm juist gestrekt moeten houden. Het gebruik van een heelhook om een dakje uit te klimmen is de meest extreme vorm van deze beweging.

Zijgrepen
Zijgrepen trek je naar je toe, je elleboog wijst naar je lichaam, en je duim wijst omhoog. Om deze grepen ideaal te belasten, kan je het beste indraaien. Indraaien gebeurt in principe altijd op twee benen. Er moet dan een treedje links en een treedje rechts van de greep zitten, maar nooit aan dezelfde zijde. In het geval dat je een zij-greep met rechts vast hebt, kan je de tredes iets off-center naar links plaatsen. Hierdoor moet de klimmer zijn/haar gewicht behoorlijk evenredig over beide benen verdelen, en wordt hij / zij gedwongen om de indraaibeweging vanuit de benen in te zetten i.p.v. de armen. Ook leert de klimmer op deze manier lichaamsspanning op te bouwen, in tegenstelling tot indraai bewegingen waarbij er één tree wordt gebruikt die direct onder de greep is geplaatst.

Ondergrepen
Voor ondergrepen gelden in principe dezelfde regels als voor zijgrepen.

Platte grepen
Deze grepen kunnen zowel als schouder of als zijgreep belast worden. De plaatsing van de treden zal hier de doorslag geven. Houd er echter rekening mee dat je vaak je duim kan gebruiken om in de greep te knijpen. Hierdoor kan de klimmer de ideale belastingsrichting enigszins wijzigen. Meestal resulteert dit in een schoudergreep belasting. Bij platte grepen zit de moeilijkheid hem er in om boven de greep uit te
komen. Hoe meer je de greep naar je toe trekt, hoe slechter ze wordt. Hier kan je als bouwer interessante dingen mee doen. Houd er echter rekening mee dat platte, en met name bolle aflopende grepen moeilijk gevonden worden. Maak het dus vooral niet te spannend. Wees ook behouden met het gebruik van dit soort grepen in makkelijke routes. Om de klimmer te helpen in de goede positie te komen kun je vaak handig gebruik maken van intermediare grepen. Deze worden dan vooral door de klimmer gebruikt om zijn of haar lichaam te sturen. Twee greep combinaties met links een standaard indraaipas vanaf een zijgreep. Voor de treedjes geldt dat er één links en één rechts van lijn a geplaatst moet worden. Rechts een standaard schouderpas. Het treedje kan ergens op lijn C geplaatst worden. Afstand B bepaalt in beide gevallen de lengte van de pas. Meestal is 10 boutgaten een goede afstand.

Verder lezen? De NKBV heeft een leuk artikel geschreven over klimtechniek. Klik hier! 

Benieuwd naar de klimlessen?

Bekijk onze mogelijkheden voor kinderen (vanaf 6 jaar) en volwassenen!
Share on whatsapp
Whatsapp
Share on facebook
Facebook
Share on email
Email

Ook leuk om te lezen...

Blog

Wij zoeken jou!

Vacature Klimwacht Ben je opzoek naar een nieuwe ervaring in de klimwereld? Heb je ervaring met klimmen en lijkt het je leuk om verschillende doelgroepen

Lees verder »
Blog

Bouw met ons mee!

Wij hebben jouw hulp nodig bij het bouwen van de nieuwe groene klimroute! Om te zorgen dat het de route wel voldoet aan de moeilijkheidsgraad

Lees verder »
Op de hoogte blijven? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!